AALSMEER – Wat ooit begon als een geintje met drie boten, is veertig jaar later uitgegroeid tot een van de bekendste tradities van Aalsmeer. De Pramenrace viert dit jaar zijn veertigste editie. Reden genoeg om terug te kijken op vier decennia vol pramen, verkleedpartijen, vriendschappen, sterke verhalen en de nodige plagerijen. In september komt die geschiedenis samen in een speciale tentoonstelling in het Raadhuis.
Voor voorzitter Arnaud Brouwer van de Pramenrace is het jubileum een bijzonder moment. Samen met de Dippers, de groep die aan de wieg stond van het evenement, is de afgelopen tijd hard gewerkt aan een tentoonstelling over veertig jaar Pramenrace.
“We hebben in samenwerking met de Dippers een tentoonstelling gemaakt”, vertelt Brouwer. „Die komt in de Burgerzaal van het Raadhuis te staan en is de hele maand september te zien. Daarna verhuist de tentoonstelling naar de Historische Tuin”.
De officiële opening is op 4 september en wordt verricht door burgemeester Gido Oude Kotte en oud-burgemeester Joost Hoffscholte. Omdat er vanwege de veiligheid maar een beperkt aantal mensen tegelijk naar binnen kan, is de opening alleen voor genodigden. Onder anderen deelnemers, sponsors, oud-bestuursleden en voormalige vrijwilligers hebben een uitnodiging gekregen.
Na de opening kan iedereen de tentoonstelling gratis bezoeken.
Oude posters, filmpjes en een echte praamkop
Wie binnenstapt, krijgt volgens Brouwer een flinke verzameling Pramenracegeschiedenis voorgeschoteld. Oude posters, deelnemerslijsten, foto’s en filmpjes zijn uit kasten, schuren en archieven gehaald. Ook allerlei attributen die in de loop van de jaren bij de race zijn gebruikt, hebben een plek gekregen.
“Eigenlijk alles wat met de geschiedenis van de Pramenrace te maken heeft”, zegt Brouwer. “Er staat bijvoorbeeld een kop van een praam en er zijn mini-praampjes. Maar ook oude borden en verkeersregelborden zijn bewaard gebleven”. Ook de trofeeën die dit jaar te winnen zijn, worden tentoongesteld. Die blijven daar vanzelfsprekend niet de hele maand staan. “De vrijdag vóór de Pramenrace gaan de prijzen eruit”, legt Brouwer uit. “Want die moeten natuurlijk naar de winnaars van dit jaar”. Op 12 september barst de jubileumeditie van de Pramenrace los, traditioneel aan het einde van de Aalsmeerse Feestweek.
Begonnen als een geintje
Voor Hans van der Meer brengt het jubileum veel herinneringen boven. Hij is een van de oprichters van de Pramenrace en maakte de eerste tien jaar van dichtbij mee hoe een klein idee in razend tempo uitgroeide tot een enorm evenement.
“We zijn er eigenlijk als een geintje mee begonnen”, vertelt Van der Meer. “Er is in die jaren zo verschrikkelijk veel gebeurd.”
De eerste race telde slechts drie boten. Van der Meer en de andere organisatoren konden toen onmogelijk voorzien wat ze in gang hadden gezet. “Wij hebben het tien jaar met z’n vieren georganiseerd, natuurlijk met hulp van de stempelposten en andere ondersteuning. Het hele dorp stond achter ons”. Het aantal deelnemers schoot omhoog. Na tien jaar deden volgens Van der Meer al 114 pramen mee en voeren er ongeveer duizend mensen over het parcours. Inmiddels is het deelnemersveld gegroeid tot 166 boten.
De organisatie hield zich vooral bezig met het parcours en het verloop van de wedstrijd. De teams regelden hun eigen praam, onderhoud en bemanning. Juist daarin zit volgens Van der Meer een belangrijk deel van het succes.
“Er ontstaat tijdens de voorbereidingen ontzettend veel verbroedering. Zo’n boot moet worden onderhouden en geteerd, en er moet een team worden samengesteld. Dat zijn vrienden en families die samen aan de slag gaan”. Dat werkt zelfs generaties later nog door. Van der Meer heeft drie dochters en via hun vrienden wordt inmiddels met vijf verschillende pramen meegedaan.
Smeergeld met een flinke knipoog
Wie veertig jaar Pramenrace zegt, zegt niet alleen varen. De grappen eromheen werden minstens zo belangrijk. Een van de bekendste tradities uit de beginperiode was de zogenoemde ‘smeergeldaffaire’. Deelnemers probeerden de organisatie voor de grap om te kopen in de hoop op een gunstig startnummer of een betere kans op een prijs.
Dat ‘smeergeld’ nam de meest wonderlijke vormen aan. De organisatoren kregen taarten, drank, nepgeld en speciaal gedrukte Pramenrace-dollars. „We kregen zelfs zes gulden in een plastic zakje met stroop”, herinnert Van der Meer zich. „En er waren guldens met punaises erop geplakt. Dat was dan letterlijk ‘steekgeld’.” Iedereen probeerde elkaar te overtreffen.
Een actie die Van der Meer nooit is vergeten, kwam van het vrouwenteam De Starke Meides, waar onder anderen zijn schoonzussen in zaten. Zij wonnen de omkooptrofee nadat ze de vier organisatoren een complete verwendag aanboden. Dat bleek geen doorsnee schoonheidsbehandeling te worden. De mannen werden geblinddoekt naar een locatie gebracht, moesten opdrachten uitvoeren en kregen onder meer gelakte nagels. “We zouden gewassen en geschoren worden en door de dames worden verwend. Het was allemaal in scène gezet. We hebben verschrikkelijk veel lol gehad”. Het hoorde bij de sfeer van die jaren: plagen, uitdagen en vooral niet alles te serieus nemen. Zelfs lokale ondernemers deden volop mee. Op een gegeven moment kregen de vier organisatoren ieder een week lang een nieuwe sportauto mee.
Ludieke prijzen
Ook de prijzen waren soms even ludiek als de wedstrijd zelf. Van der Meer herinnert zich nog goed hoe een kippenboer uit Kudelstaart zes kippenpoten achter onder de snelbinders van de fiets meenam naar de prijsuitreiking. Lokale middenstanders stelden regelmatig prijzen in natura beschikbaar. Die werden tijdens de prijsuitreiking op het Raadhuisplein uitgedeeld, terwijl honderden mensen eromheen stonden. Soms ging dat niet helemaal zoals gepland. Een geschonken kaasplankje moest eens boven de hoofden van het publiek worden doorgegeven richting het winnende team. “Toen het kaasplankje uiteindelijk bij de winnaars aankwam, was het leeg”, vertelt Van der Meer lachend.
Veel meer dan een wedstrijd
Achter alle grappen zit voor Van der Meer een serieuzere reden waarom de Pramenrace hem na veertig jaar nog altijd dierbaar is. De race bracht mensen bij elkaar die elkaar anders misschien nooit zo goed hadden leren kennen.
De praam zelf heeft dankzij de race eveneens een opvallende ontwikkeling doorgemaakt. Toen de Dippers begonnen, was het vaartuig volgens Van der Meer bijna uitgestorven. Tegenwoordig varen er rond de honderd aluminium pramen, die veel minder onderhoud nodig hebben dan hun houten voorgangers. De trots bij de medeoprichter is er na al die jaren niet minder om. Hij is inmiddels ongeveer dertig jaar niet meer actief binnen de organisatie, maar volgt het evenement nog altijd met veel belangstelling. Er is in het verleden zelfs geprobeerd de Pramenrace op een erfgoedlijst te krijgen.
Veertig jaar verhalen bij elkaar
Precies die combinatie van geschiedenis, humor en saamhorigheid moet in september zichtbaar worden in het Raadhuis. Voor bezoekers die al tientallen jaren langs de kant staan of zelf hebben meegevaren, zal veel herkenbaar zijn. Voor jongere Aalsmeerders laat de tentoonstelling vooral zien hoe een klein idee kon uitgroeien tot een traditie die diep in het dorp is geworteld.
Van drie boten naar 166 deelnemers, van houten pramen naar aluminium exemplaren en van een geintje van vier mannen naar een evenement waar ieder jaar talloze deelnemers, vrijwilligers en toeschouwers naar uitkijken.
“Ik ben er vooral trots op dat ik aan de basis heb gestaan van iets waarbij zoveel teams het samen moeten zien te klaren”, zegt hij. “Er zijn vriendschappen uit ontstaan, mensen zijn samen op vakantie gegaan en er zijn zelfs trouwerijen uit voortgekomen. Natuurlijk is er ook weleens ruzie, maar het belangrijkste is die saamhorigheid”.
Bron: Arnaud Brouwer, voorzitter Pramenrace, Hans van der Meer, medeoprichter Pramenrace
Foto: privé archief
