AMSTELVEEN – In het Bloesempark zijn deze week twaalf bloesembomen gekapt. De bomen waren al dood en vormden een veiligheidsrisico. De kap markeert het begin van een grootschalig project waarbij het volledige Bloesempark de komende jaren wordt vernieuwd.
Bomen niet meer te redden
Uit een inventarisatie die afgelopen augustus is uitgevoerd, bleek dat de bomen niet meer te redden waren. “Deze twaalf bomen waren echt al dood,” licht projectleider Anne Jet Niermeijer toe. “Dan is het beter om ze nu weg te halen dan te wachten tot ze mogelijk omvallen. Het is daarom vooral een opluchting.”
Symbolische aftrap van het project
Volgens haar voelt het moment niet zozeer verdrietig, maar juist als het startsein van het project. Eerder werd dat begin al symbolisch ingeluid met een Shinto-ceremonie, georganiseerd samen met de Japanse gemeenschap. Die ceremonie was bedoeld om het project voorspoed te wensen en om de kap van de bomen respectvol te laten verlopen.
Minder bomen dan bij aanleg
Het Bloesempark telt inmiddels al geen vierhonderd bomen meer. Bij de aanleg in 2000 werden er ongeveer vierhonderd geplant, maar door de jaren heen zijn er al meerdere verdwenen. In 2028 worden uiteindelijk alle resterende bloesembomen verwijderd.
Slechte conditie door ondergrond
Dat gebeurt niet omdat ze allemaal direct dood zijn, maar omdat de bomen zich in slechte conditie bevinden en de ondergrond grondig moet worden aangepakt. “Uiteindelijk gaat geen van deze bomen honderd jaar halen,” aldus Anne Jet. “De bodem is te verdicht en bevat te weinig zuurstof voor de wortels.”
Waterhuishouding als grootste probleem
De problemen worden vooral veroorzaakt door de waterhuishouding. De kleigrond houdt veel water vast, waardoor de bodem inzakt en zuurstof verdwijnt. Bezoekers zorgen vooral voor verdichting in de bovenste laag, maar het grootste probleem zit dieper in de grond.
Alles in één keer aanpakken
Door alle bomen in één keer te verwijderen, kan de volledige ondergrond worden verbeterd. Zo moeten nieuwe bomen straks weer stevig wortelen en tientallen jaren meegaan. Het doel is dat in de toekomst alleen individuele bomen vervangen hoeven te worden wanneer dat nodig is, en niet opnieuw het hele park.
Bomen mogelijk verplant
Niet alle bomen verdwijnen definitief. Bomen die nog in relatief goede conditie zijn, worden onderzocht om mogelijk te verplanten naar de buitenrand van het park. Deze bomen zijn te herkennen aan linten rond de stammen.
Hout krijgt mogelijk nieuwe bestemming
Het hout van de gekapte bomen wordt voorlopig opgeslagen op de houtwerf van het Amsterdamse Bos. Daar wordt bekeken of het materiaal hergebruikt kan worden voor nieuwe producten.
Park blijft toegankelijk
Het Bloesempark blijft ook tijdens het project toegankelijk voor bezoekers. “We willen juist dat mensen hier blijven komen en genieten,” benadrukt Anne Jet. “Door nu in te grijpen, zorgen we ervoor dat dat ook in de toekomst mogelijk blijft.”
Bron en beeld: 1Amstelveen
