UITHOORN – Drie sportverenigingen in Uithoorn ontvingen op 30 januari als eerste het keurmerk ‘Veilig Sportklimaat’. Het gaat om Roei- en Kanovereniging Michiel de Ruyter, Sportvereniging KDO en Honk- en Softbalvereniging Thamen. Volgens wethouder Jan Hazen is het een belangrijke stap: “Sport moet voor iedereen leuk en veilig zijn. Deze verenigingen nemen hierin verantwoordelijkheid en zijn een voorbeeld voor anderen.”
Wij stelden vijf vragen aan Jeroen van Hoof, clubondersteuner van Team Sportservice. “Team Sportservice biedt ondersteuning aan sportclubs, scholen en lokale gemeenschappen en richt zich op het creëren van een gezonde en sociale samenleving.”
Wat houdt dat keurmerk eigenlijk in?
Die vraag horen we vaker. Want wat betekent ‘Veilig Sportklimaat’ nou concreet? Uit onderzoek blijkt dat grensoverschrijdend gedrag in de sport helaas vaker voorkomt dan we denken. Soms zie je het meteen, maar vaak blijft het onder de oppervlakte. Het gaat niet alleen om seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar ook om pesten, discriminatie en lichamelijk geweld. De gemeente Uithoorn wil samen met de clubs zorgen voor een veilige en respectvolle sportomgeving. In het Sportakkoord Uithoorn (2020) is daarom afgesproken dat er gewerkt wordt aan een vreedzame en positieve sportcultuur. ‘Vreedzaam sporten’ moet geen loze kreet zijn, maar iets wat je terugziet op het veld, in de kleedkamer en langs de lijn.
De basis daarvoor zijn de zogenoemde 4 V’s van sportkoepel NOC*NSF: trainers, coaches en vrijwilligers moeten een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben; er moet een vastgestelde gedragscode zijn met duidelijke normen en waarden; leden moeten terechtkunnen bij een vertrouwenscontactpersoon; en trainers en coaches moeten vakkundig geschoold zijn, met aandacht voor pedagogiek en integriteit.
De ambitie van de gemeente? Dat uiteindelijk élke sportvereniging in Uithoorn hieraan voldoet.
Wat waren de grootste uitdagingen?
Veel verenigingen bleken al een heel eind op weg. Een VOG regelen of een vertrouwenscontactpersoon aanstellen is vaak goed te organiseren. De grootste uitdaging zit volgens betrokkenen vooral bij de vierde V: goed geschoolde trainers. En dan gaat het niet om hoe je een perfecte slag of techniek aanleert, maar om de vraag: hoe ga je pedagogisch verantwoord met kinderen en jongeren om? Hoe zorg je dat iedereen zich gehoord, geaccepteerd en veilig voelt? Ook thema’s als social media en privacy (AVG) spelen een rol. Hoe ga je om met telefoons in de kleedkamer? Wat spreek je met elkaar af?
Sportvereniging KDO investeert bijvoorbeeld al jaren in sociale veiligheid. De club heeft een streng aannamebeleid, verplichte VOG’s, een gedragscode én een protocol voor kleedkamergebruik.
Bij Honk- en Softbalvereniging Thamen volgden vertrouwenscontactpersonen Barbara en Martine samen een cursus om signalen van grensoverschrijdend gedrag beter te herkennen en er adequaat op te reageren.
Bij Roei- en Kanovereniging Michiel de Ruyter is zelfs een speciale werkgroep Omgangsvormen actief. Uit een recente ledenenquête bleek dat de club hoog scoort op sociale veiligheid. Bovendien werd een ongebruikte toilet- en doucheruimte omgebouwd tot een veilige, toegankelijke plek voor leden die zich niet prettig voelen in de reguliere kleedkamers.
Leven de 4 V’s echt binnen de clubs?
Blijft het bij beleid op papier? Die zorg is begrijpelijk. Volgens de gemeente groeit het bewustzijn zichtbaar. Besturen besteden er serieus aandacht aan. Gedragsregels staan op de website en hangen op borden langs het veld. Het zijn kleine ‘triggers’ die spelers, ouders en trainers steeds weer herinneren aan hoe we met elkaar omgaan. Of het ook écht blijft leven? Dat moet de tijd uitwijzen. Daarom blijft de gemeente in gesprek met de verenigingen.
Hoe reageren leden en ouders?
De eerste geluiden zijn positief. Bij sommige clubs zijn nulmetingen gedaan om te kijken hoe veilig leden zich voelen. Dat wordt later opnieuw gemeten om te zien of er verbetering optreedt. Vooral ouders waarderen het dat clubs hier actief mee bezig zijn. Het geeft vertrouwen als je weet dat er een vertrouwenscontactpersoon is en dat trainers niet alleen sportief, maar ook pedagogisch geschoold zijn.
Een keurmerk als eindpunt?
Nee, juist niet. Het keurmerk is volgens Van Hoof een doorlopend proces. Verenigingen vullen hun gegevens over de 4 V’s in via een portal van NOC*NSF. De gemeente en Team Sportservice beoordelen dit en denken mee waar aanpassingen nodig zijn. Voldoet een club aan de voorwaarden, dan volgt de uitreiking van het keurmerk. Maar daarna stopt het niet. Er blijven gesprekken plaatsvinden en relevante informatie wordt gedeeld. Zo ontstaat een actueel overzicht van hoe het staat met de sociale veiligheid binnen de gemeente. Met de uitreiking aan deze drie verenigingen is de eerste stap gezet. De boodschap is duidelijk: veilig sporten is geen luxe, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het is de ambitie van de gemeente dat uiteindelijk élke sportvereniging in Uithoorn hieraan voldoet.
Foto: Gemeente Uithoorn