Dierenambulancechauffeur uit kritiek op spoedzorg Evidensia na lange rit met zwaargewonde kat

Amstelveen

AMSTELVEEN – Een zwaargewonde kat die in Amstelveen werd aangereden, moest volgens dierenambulancechauffeur Miriam Bosman ongeveer 45 minuten worden vervoerd naar een dierenkliniek in Baarn, terwijl het Evidensia Dierenziekenhuis Amstelveen op ongeveer zeven minuten afstand lag. Bosman stelt dat de kat daar op zaterdag 25 juli niet terechtkon vanwege personeelsproblemen en onderbezetting. Evidensia weerspreekt dat het dier is geweigerd en zegt dat de kat wel welkom was, maar mogelijk had moeten wachten omdat de dienstdoende dierenarts bezig was met een andere acute patiënt.

Bosman kreeg tijdens haar dienst op zaterdag 25 juli een melding over een aangereden jonge kat in Amstelveen. Toen zij ter plaatse kwam, zag zij dat het dier ernstig gewond was aan de achterhand en veel pijn had. Omdat het Evidensia Dierenziekenhuis Amstelveen volgens haar slechts zeven minuten rijden was, besloot ze daarheen te gaan. Onderweg nam ze telefonisch contact op met de kliniek. Op dat moment was ze naar eigen zeggen nog ongeveer vier minuten verwijderd van het dierenziekenhuis.

Volgens Bosman kreeg ze tijdens dat gesprek te horen dat ze met de kat niet terechtkon. Zij zegt dat onder meer personeelsproblemen, onderbezetting en het ontbreken van opnamemogelijkheden werden genoemd. Bosman: “Er was die avond één dierenarts aanwezig en een paraveterinair. Er staat daar een gloednieuw ziekenhuis, met de modernste apparatuur, maar er is gewoon geen personeel.”

Volgens haar werd tijdens het gesprek ook gezegd dat er geen zuurstoftank beschikbaar was. Bosman gaf daarop aan dat de kat niet benauwd was. Zij vindt dat het dier op zijn minst onderzocht had moeten worden en, indien medisch mogelijk, pijnstilling had moeten krijgen. “Er is niet gekeken naar het zwaargewonde beestje, om het op zijn minst pijnstilling te geven. Er werd door Evidensia alles aangegrepen om het beestje maar niet toe te laten”, stelt Bosman.

Op zoek naar andere spoedzorg

Omdat de kat volgens Bosman niet bij Evidensia Amstelveen terechtkon, moest snel naar een alternatief worden gezocht. Een collega nam contact op met het Medisch Centrum voor Dieren (MCD) in Amsterdam. Daar stond de dierenambulance volgens Bosman ongeveer een half uur telefonisch in de wacht. Ondertussen belde zij zelf met de Nova Kliniek in Baarn. Na ongeveer tien minuten kreeg zij te horen dat de kat daar kon worden gebracht. Ook het MCD liet uiteindelijk weten dat het dier terechtkon, maar waarschuwde volgens Bosman voor een mogelijk lange wachttijd vanwege de drukte. De dierenambulance was toen al onderweg naar Baarn. Bij aankomst in Baarn werd de kat volgens Bosman snel opgevangen. Binnen ongeveer tien minuten onderzocht een dierenarts het dier. De kat werd vervolgens opgenomen. Later bleek dat het bekken was gebroken. Volgens Bosman duurde het in totaal ongeveer een uur en een kwartier vanaf het moment dat zij met de kat op zoek ging naar medische hulp totdat het dier bij een dierenarts terechtkwam. Zij vindt vooral de extra reistijd moeilijk te accepteren. “Een katje met een zeer pijnlijke breuk, je kan het misschien voorstellen hoe het voelt om je bekken gebroken te hebben, en dan nog een rit van 45 minuten te moeten ondergaan terwijl dit niet nodig was”.

‘Niet de eerste keer’

Volgens Bosman staat het incident niet op zichzelf. Zij zegt dat de dierenambulance vaker bij Evidensia Amstelveen is weggestuurd of naar een andere kliniek moest uitwijken. “Het is niet de eerste keer dat ik werd weggestuurd. Het is meerdere keren gebeurd”, aldus Bosman. Ze zegt bovendien dat zij haar zorgen al vóór het incident verschillende keren met Evidensia heeft besproken. In september vorig jaar zou zij tijdens een gesprek hebben gewaarschuwd dat de beschikbaarheid van spoedzorg onder druk stond. Volgens Bosman zijn er in totaal drie of vier gesprekken met Evidensia geweest voordat het incident van 25 juli plaatsvond. Daarbij zou volgens haar regelmatig zijn gesproken over personeelsgebrek en onderbezetting. Zij zegt dat vanuit Evidensia herhaaldelijk is aangegeven dat aan verbetering wordt gewerkt. Bosman heeft naar eigen zeggen begrip voor dierenartsen en paraveterinairen die onder grote druk hun werk uitvoeren. Haar kritiek richt zich vooral op de organisatie achter de kliniek. “Zij roeien met de riemen die ze hebben, krijgen alle narigheid en boze mensen over zich heen, terwijl het de organisatie erachter hiervoor verantwoordelijk is”, stelt ze.

Zorgen over personeel en commerciële dierenzorg

Bosman zegt van Evidensia te hebben begrepen dat het moeilijk is om voldoende nieuw personeel te vinden. Volgens haar was de kliniek op 25 juli onderbezet. Ook stelt zij dat het gebouw geen airconditioning heeft vanwege bezuinigingen en dat medewerkers op zeer warme dagen soms niet komen werken vanwege de hitte. Evidensia heeft deze specifieke beweringen in de aangeleverde schriftelijke reactie niet bevestigd. De dierenambulancechauffeur plaatst daarnaast vraagtekens bij de groei van grote commerciële ketens binnen de diergeneeskunde. Volgens haar zijn veel zelfstandige dierenartspraktijken overgenomen, terwijl er juist in de avonduren en weekenden minder plekken zijn waar dieren terechtkunnen. “Ik vraag me af of het verdienmodel van Evidensia past bij dierenzorg. Er is een commerciële instelling. Als je het commerciële belang boven dierenwelzijn plaatst, dan doe je iets niet goed”, zegt Bosman. Volgens haar zijn de tarieven voor diergeneeskundige zorg sterk gestegen, maar vormt dat voor de dierenambulance in deze kwestie niet het belangrijkste probleem. “Ik heb het nog niet eens over de belachelijk hoge prijzen, die betalen wij gewoon, als het dier maar geholpen kan worden”. Bosman vreest dat problemen met de beschikbaarheid van spoedzorg uiteindelijk ook extra druk leggen op andere dierenklinieken en dierenambulances. Doordat dieren verder moeten worden vervoerd, zijn chauffeurs langer met één melding bezig en moeten andere meldingen wachten. Op de bewuste zaterdag was zij naar eigen zeggen vanwege de vakantieperiode de enige beschikbare chauffeur.

Evidensia: kat was niet geweigerd

Evidensia geeft een andere lezing van wat er op 25 juli is gebeurd. In een schriftelijke reactie namens EDZ Amsterdam/IVC Evidensia Nederland laat de organisatie weten: “Wij begrijpen dat deze situatie veel frustratie en machteloosheid heeft veroorzaakt. Een zwaargewond dier zo snel mogelijk de juiste zorg bieden, is immers het gezamenlijke doel van dierenambulances en dierenklinieken. Dat het vervoer en de zoektocht naar beschikbare zorg voor deze kat veel tijd heeft gekost, vinden wij vervelend. Tegelijkertijd herkennen wij ons niet volledig in de beschrijving dat het dier vanwege onderbezetting is geweigerd. Op het moment van het telefoongesprek was onze dienstdoende dierenarts bezig met een acute patiënt, die kort daarvoor door een andere dierenambulance was binnengebracht. Op basis van de telefonisch beschikbare informatie is aangegeven dat de kat welkom was. Na het doen van triage zou bepaald worden of de kat stabiel genoeg was en indien stabiel dat het door een lopende spoedbehandeling enige tijd kon duren voordat de dierenarts beschikbaar zou zijn.”

Volgens Evidensia worden patiënten tijdens spoeddiensten behandeld op basis van de medische urgentie.

“Bij spoedzorg moeten dierenartsen voortdurend afwegen welke patiënt als eerste medische hulp nodig heeft. Die keuzes worden gemaakt op basis van urgentie en de op dat moment beschikbare informatie. Dat kan betekenen dat een patiënt moet wachten, ook wanneer sprake is van ernstig letsel. Dit is nooit een gemakkelijke beslissing, maar wel noodzakelijk om de meest kritieke patiënt als eerste te kunnen behandelen.” Daarmee weerspreekt Evidensia de lezing van Bosman dat de kat niet mocht worden binnengebracht. Volgens de organisatie was het advies om eventueel naar een andere kliniek te rijden juist bedoeld om sneller medische hulp voor het dier te vinden.

“Wij begrijpen dat de communicatie in deze stressvolle situatie mogelijk anders is overgekomen. De suggestie om, indien verantwoord, naar een andere kliniek uit te wijken, was bedoeld om de kat zo snel mogelijk door een beschikbare dierenarts te laten onderzoeken. Het was nadrukkelijk geen kwestie van niet willen helpen.”

Evidensia zegt naar aanleiding van de gebeurtenis met de dierenambulance in gesprek te willen over de samenwerking bij toekomstige spoedgevallen.

“Wij hebben veel respect voor het werk van dierenambulances en voor de vrijwilligers die zich dagelijks inzetten voor dieren in nood. Daarom willen wij de situatie samen met Dierenambulance de Ronde Venen/Amstelland zorgvuldig bespreken en kijken hoe we bij toekomstige spoedgevallen nog duidelijker kunnen communiceren over de triage, de verwachte wachttijd en eventuele alternatieven. Alleen door efficiënt samen te werken, kunnen we dieren die dringend zorg nodig hebben zo snel en verantwoord mogelijk helpen.”

Daarmee staan de lezingen van beide partijen op een belangrijk punt tegenover elkaar. Bosman houdt vol dat zij telefonisch te horen kreeg dat zij met de zwaargewonde kat niet bij Evidensia Amstelveen terechtkon. Evidensia stelt daarentegen dat de kat welkom was, maar dat na triage mogelijk gewacht moest worden omdat de aanwezige dierenarts op dat moment een andere acute patiënt behandelde.

Bron: Dierenambulance chauffeur Miriam Bosman, EDZ Amsterdam/IVC Evidensia Nederland, Nicolette Geukes-Bakker
Foto: Dierenambulance Amstelland

Deel artikel: