AMSTELLAND – MEERLANDEN – De aanhoudende droogte in Nederland begint steeds grotere gevolgen te krijgen voor dieren in de natuur, vooral voor jonge vogels. En volgens deskundigen is het moment om in te grijpen nu, niet pas later.
Afgelopen maand viel er uitzonderlijk weinig regen. Waar normaal gesproken zo’n 43 millimeter gebruikelijk is in april, bleef de teller dit jaar steken op slechts 8 millimeter. En hoewel er komend weekend wat buien worden verwacht, is dat volgens experts lang niet genoeg om de schade te herstellen.
Vooral jonge dieren kwetsbaar
De droogte komt op een ongelukkig moment: midden in het broedseizoen. Juist nu hebben jonge dieren voedsel en beschutting nodig om te overleven. Maar die voorwaarden staan onder druk. Volgens vogelbeschermer Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland verschilt de impact van droogte per regio, afhankelijk van de bodem en het waterbeheer:
“Wij zien regionale verschillen in hoe hard droogte vogels treft en die hangen sterk samen met bodemtype en waterbeheer. Op de hoge zandgronden […] zijn de effecten meestal het snelst zichtbaar. Zandgronden houden weinig water vast. Dat leidt tot een sterke afname van insecten en bodemdieren wat weer een tekort aan voedsel voor insecteneters betekent.” Ook leefgebieden verdwijnen of drogen uit, wat extra problemen veroorzaakt voor verschillende vogelsoorten.
In veenweidegebieden speelt weer iets anders, legt Roeke uit: “Daar zien we dat een laag waterpeil funest kan zijn voor weidevogels. Als de bodem uitdroogt, wordt deze hard en zakken wormen dieper weg. Soorten als grutto, tureluur, wulp en scholekster kunnen dan nauwelijks nog voedsel vinden.”
Kort gezegd: op zandgronden verdwijnt het water snel, terwijl in veengebieden juist het waterpeil doorslaggevend is. In beide gevallen leidt dat tot minder voedsel en slechtere omstandigheden voor vogels.
Rol van waterbeheer en gemalen
De droogte staat niet los van hoe water in Nederland wordt beheerd. In veel gebieden wordt water actief gereguleerd via gemalen. Toch ligt het volgens Vogelbescherming genuanceerder dan vaak wordt gedacht. “Er is geen verband vast te stellen waarbij een specifiek gemaal direct leidt tot vogelsterfte,” zegt Roeke. “We zien dat in gebieden waar water structureel wordt afgevoerd de gevolgen van droogte sterker optreden. Door het continu afvoeren van winter- en voorjaarsneerslag ontstaat in het broedseizoen een watertekort.”
Hij benadrukt dat het vooral om het grotere geheel gaat: “We kunnen dus niet zeggen dat één specifiek gemaal een mislukte broedpoging veroorzaakt, maar op landschapsniveau is het verband duidelijk. Het afvoeren van water vergroot de kwetsbaarheid van vogelpopulaties tijdens droogte aanzienlijk.” Volgens hem bieden gebieden waar water juist wordt vastgehouden betere kansen voor vogels, zelfs in droge jaren.
Wat zegt het waterschap?
Elise Bergsma, woordvoerder van Het Hoogheemraadschap Rijnland, verantwoordelijk voor het waterbeheer en de gemalen in onder meer de regio’s van Streek44, herkent het beeld dat waterbeheer een rol speelt, maar plaatst ook belangrijke kanttekeningen. “Gemalen worden ingezet om het waterpeil binnen afgesproken grenzen te houden,” legt het waterschap uit. “In droge periodes is het uitgangspunt juist dat we water zo veel mogelijk vasthouden.” Het idee dat gemalen tijdens droogte standaard water wegpompen, klopt volgens hen niet: “We voeren alleen water af als dat echt nodig is, bijvoorbeeld om de veiligheid van waterkeringen te waarborgen of ernstige waterkwaliteitsproblemen te voorkomen.” Tegelijkertijd zijn er grenzen aan wat mogelijk is: “Waterpeilen kunnen niet overal onbeperkt omhoog, omdat dat ergens anders tot schade of onveilige situaties kan leiden.”
En zelfs met goed waterbeheer is droogte niet volledig te voorkomen: “Droogte in natuurgebieden wordt daarmee niet door één factor veroorzaakt. Het is het gevolg van langdurig neerslagtekort, hoge verdamping, bodemsamenstelling en de manier waarop het regionale en landelijke watersysteem met elkaar samenhangt”, aldus Bergsma.
Aanpassingen en toekomst
Het Hoogheemraadschap Rijnland kijkt wel naar oplossingen voor de langere termijn. Zo wordt er gewerkt aan flexibeler waterbeheer: “Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat we water langer vasthouden en flexibeler omgaan met waterpeilen, binnen veilige en afgesproken grenzen.” Dat gebeurt bijvoorbeeld via zogenoemd dynamisch peilbeheer: “Dat helpt om zoet water langer beschikbaar te houden, verdroging tegen te gaan en natuurgebieden weerbaarder te maken.” Maar ook hier geldt dat waterbeheer slechts één deel van de oplossing is: “Voor soorten als moeras- en weidevogels is vaak een combinatie nodig van waterbeheer, inrichting van gebieden en natuurbeheer.”
Bron: Elise Bergsma, woordvoerder Het Hoogheemraadschap Rijnland, Timo Roeke, vogelbeschermer Vogelbescherming Nederland
Foto: Unsplash
