Minder maaien, meer natuur: waterschap legt uit waarom sloten een ‘snor’ houden

Streek

AMSTELLAND – MEERLANDEN – De komende tijd kunnen inwoners weer regelmatig trekkers met een lange maaibak langs sloten en vaarten tegenkomen. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is begonnen met het maaien van waterplanten om ervoor te zorgen dat het water goed kan blijven doorstromen en om wateroverlast te voorkomen. Tegelijkertijd wordt het onderhoud steeds natuurvriendelijker uitgevoerd, zodat planten en dieren meer ruimte krijgen.

Een opvallend onderdeel daarvan is de zogenoemde ‘snor’ van een sloot. Dat is de strook waar het water overgaat in de oever. Op die plek groeien veel verschillende planten en leven allerlei dieren, zoals insecten, amfibieën en kleine waterdieren. Ook helpen de wortels van de planten om de oevers stevig te houden, waardoor de grond minder snel afbrokkelt.

Waar vroeger vaak een hele sloot in één keer werd gemaaid, kiest het waterschap er nu vaker voor om een deel van de waterplanten te laten staan. Soms wordt slechts een gedeelte gemaaid of wisselt het waterschap af welk deel aan de beurt is. Volgens Jennifer Bloemberg-Issa, lid van het dagelijks bestuur van het waterschap, is die aanpak belangrijk. “De snor van een sloot klinkt misschien als een grap, maar deze overgang tussen water en oever is ontzettend belangrijk voor planten en dieren. Daarom kijken we bij slootonderhoud niet alleen naar een goede doorstroming van het water, maar ook naar de natuur. Door slimmer en selectiever te maaien zorgen we voor een goede balans tussen waterveiligheid, waterkwaliteit en biodiversiteit”.

Water- en oeverplanten zijn niet alleen waardevol voor dieren, maar zorgen ook voor schoner water en extra zuurstof. Daarom werkt het waterschap samen met boeren, gemeenten en natuurorganisaties aan natuurvriendelijk beheer van sloten en oevers. Zo blijven watergangen niet alleen geschikt voor de afvoer van water, maar vormen ze ook een gezond leefgebied voor planten en dieren.

We stelden vragen over de methode aan Annemarie Koelemeijer, communicatieadviseur KRW / stedelijk & agrarisch waterbeheer bij Waterschap Amstel, Gooi en Vecht.

U schrijft dat tegenwoordig steeds vaker delen van de sloot ongemaaid blijven om de biodiversiteit te bevorderen. Heeft het waterschap al gemeten wat het effect van deze aangepaste maaimethode is op de biodiversiteit en de waterkwaliteit? Zo ja, kunt u die resultaten delen?

“Wij doen als waterschap lokaal onderzoeken naar de directe effecten van het ecologisch slootschonen”, geeft Koelemeijer aan. “Zo hebben we de afgelopen tien jaar samen met agrariërs boerensloten gemonitord en daarin een link gelegd met het ecologisch slootbeheer dat zij uitvoerden. Ook is Waterschap Amstel, Gooi en Vecht opdrachtgever voor het volgende onderzoek: Effect agrarische beheerpakketten op ecologische waterkwaliteit – NMI Agro. Deze uitkomsten gelden ook voor de primaire watergangen, de bredere vaarten en sloten waar het waterschap het slootonderhoud laat uitvoeren, en waar het persbericht over gaat.  Want reeds is bewezen dat met ecologisch oever- en slootbeheer veel winst voor biodiversiteit en waterkwaliteit kan worden geboekt. In de Veldgids Ecologisch Slootbeheer, waar wij als waterschap aan hebben meegeschreven, worden de principes voor ecologisch slootbeheer uitvoerig toegelicht. Deze handleiding is gebaseerd op ecologische kennis uit diverse wetenschappelijke onderzoeken, monitoringsdata, en praktijkervaring van de betrokken organisaties FLORON, RAVON en De Vlinderstichting. Achterin de gids is een overzicht te vinden van artikelen en rapporten ter onderbouwing van het belang van ecologisch slootbeheer. Waterschap AGV doet daarnaast de reguliere KRW (Kaderrichtlijn Water) monitoring waarmee indirect veel informatie over aquatische ecologie en waterkwaliteit gebiedsbreed wordt ingewonnen. De verwachting is dat hieruit zal gaan volgen dat de ecologische waterkwaliteit zal verbeteren in wateren waar ecologisch slootschonen wordt toegepast. We zijn ten slotte van plan om via de zogenaamde oeverindex, recent ontwikkeld door FLORON en de Vlinderstichting, op bepaalde plekken meer inzicht te krijgen in de ecologische ontwikkeling van specifiek de ‘snor’. Hiervan kunnen we nog geen resultaten voorleggen op dit moment”.

Hoe maakt het waterschap in de praktijk de afweging tussen voldoende waterdoorstroming en het laten staan van waterplanten, bijvoorbeeld in perioden met hevige regenval of een verhoogd risico op wateroverlast?

“Veiligheid en waterhuishoudkundige functies staan altijd voorop”, zegt Koelemeijer. “Per watergang wordt op basis van het vastgestelde leggerprofiel en de beschikbare ecologische overruimte bepaald hoeveel vegetatie kan worden gespaard zonder de vereiste waterafvoer en waterberging te belemmeren (maatwerk dus). Hierbij wordt rekening gehouden met scenario’s met veel neerslag, hoge waterstanden of een verhoogd risico op wateroverlast. De veldgids erkent dit door te benadrukken dat lokale voorschriften van waterschappen kunnen afwijken van de ecologisch optimale situatie. Bij het bepalen van een onderhoudsregime op een watergang staat waterveiligheid nog altijd bovenaan onze prioriteitenlijst. Onze hydrologen berekenen en stellen daarvoor een zogeheten “doorstroomprofiel” vast. Dit is de minimaal benodigde ruimte in een watergang om de afvoercapaciteit op orde te houden. We zorgen ervoor dat dit doorstroomprofiel altijd op orde blijft. Vaak is er in een watergang meer ruimte dan het doorstroomprofiel vereist. Dat geeft ons de mogelijkheid om op plekken vegetatie te sparen. Waar deze ruimte niet aanwezig is, doen we dat ook niet. Knelpunten in het watersysteem zijn meestal al bij ons in beeld. Bij naderende piekbuien worden deze indien nodig extra onderhouden. Daarnaast wordt het waterpeil constant gemonitord door collega’s in het veld en meetpunten in het watersysteem. Wanneer het peil afwijkt van de vooraf vastgestelde kaders wordt onderzocht waar deze afwijking aan ten grondslag ligt en worden indien nodig maatregelen getroffen. Dat kan er bijvoorbeeld toe leiden dat het onderhoudsregime geïntensiveerd wordt”.

Bron en foto: Annemarie Koelemeijer, communicatieadviseur KRW / stedelijk & agrarisch waterbeheer Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

 

Deel artikel: